wees

Ufafanuzi kutoka Wiktionary, kamusi iliyo huru
Rukia: urambazaji, tafuta

Kiholanzi[hariri]

Nomino[hariri]

wees (wingi wezen, kidogo weesje) (nl)

  1. mfiwa

Makufanana[hariri]

Kitenzi[hariri]

wees (nl)

  1. Imperative of zijn.
    Wees voorzichtig! — Be careful!
  2. Singular past tense of wijzen.
    Beatrix wees erop dat niemand zijn overtuiging aan een ander kan opleggen. — Beatrix indicated that no one can impose his conviction on another.

Makufanana[hariri]